IHSM - Integr. Hulp Seks. Misbr. kinderen en ouders
(IHSM) Integratieve Hulpverlening aan Seksueel Misbruikte kinderen van 0-12 jaar en hun ouders.
Seksueel misbruik, een vorm van kindermishandeling, komt in Nederland veel voor. Therapeuten en hulpverleners kunnen deze kinderen en hun ouders vaak niet direct en adequaat helpen vanwege de complexe weg die langs allerlei procedures, regelgeving en instanties afgelegd moet worden. Ook worden therapeuten en hulpverleners vaak in een laat stadium betrokken in de hulpverlening. Dat moet anders.
Het kind heeft recht op directe bescherming en hulp. Wat nodig is zijn therapeuten en hulpverleners die:
- als specialist in hun eigen vakgebied multidisciplinair en integratief werken (advies, samenwerking, doorverwijzing);
- weten hoe te signaleren en te duiden;
- adequaat kunnen werken met de procedures en regelgeving;
- goed samenwerken met de ouders;
- het kind bescherming, begeleiding en behandeling bieden en raad weten met de gevolgen voor het kind en diens omgeving.
Het uitgangspunt van de 2-jarige specialisatie IHSM vormt de Verklaring van de Rechten van het Kind (1959):
Het kind moet zich lichamelijk, geestelijk, zedelijk, intellectueel en maatschappelijk kunnen ontwikkelen op een gezonde en normale wijze en in omstandigheden van vrijheid en waardigheid (beginsel 2).
De opleiding reikt handvatten aan om de Rechten van het Kind in praktijk te brengen, ongeacht de vaak weerbarstige en soms tegengestelde werkelijkheid van onze samenleving en regelgeving. Naast de theoretische inleidingen, kent de opleiding daarom een sterk praktisch karakter; als hulpverlener ben je er voor het kind én sta je onvoorwaardelijk achter het kind.
Grondslagen:
Centraal in de hulpverlening staan: het kind zelf, de hulpvraag van het kind en de zorg voor het kind.
De therapie vormt een onderdeel van de totale hulpverlening. In de therapie staat niet de waarheidsvinding voorop, maar de innerlijke waarheid volgens het kind. Tegelijkertijd is de beleving van het kind over de (verstoorde) relatie met de ouders (bijvoorbeeld een misbruikende, of misbruik ontkennende ouder) van belang in de therapie.
De diagnostiek of er wel of niet sprake is van misbruik, wordt gescheiden van de therapie. De therapeut signaleert, maar laat deze vorm van diagnostiek over aan een specialist. Hierdoor houdt de therapeut zijn begeleidende taak ten opzichte van de ouders, ten bate van het kind. Een collega kan eventueel dadertherapie verzorgen.
De integratieve hulpverlening vormt een aanpak-op-maat. Omdat ieder kind en iedere situatie uniek is, kan er geen sprake zijn van een standaardbehandeling. Wel bestaat er jurisprudentie, en zijn er protocollen en richtlijnen waar instanties en vrijgevestigde praktijken rekening mee moeten houden.
Vanuit meta-psychologisch gezichtspunt weet de hulpverlener wat gezond of schadelijk is voor het kind. Hierbij volgt hij de eigen moraliteit in het licht van de rechten van het kind. Daarom accepteert de therapeut nooit seksuele handelingen met kinderen, ongeacht de beleving van het kind zelf.
De hulpverlener is specialist binnen het eigen vakgebied, en tegelijkertijd multidisciplinair. Hij is bekend met alle facetten die het werken met seksueel misbruikte kinderen met zich meebrengt. Denk hierbij aan signalering van symptomen, consultatie van collega's, gesprekken met de ouders, diagnostiek op vermoeden van seksueel misbruik, melding aan relevante instanties (BAR), bescherming van het kind, behandeling van de problemen van het kind, therapie en begeleiding van de ouders, daderbehandeling, herstellen van relaties tussen de diverse betrokken mensen, aanpak van de gevolgen van het misbruik op de verschillende levensgebieden (schoolprestaties, contact met andere kinderen, etc.) en nazorg.
Ruim verzamelbegrip
Seksueel misbruik vormt een ruim verzamelbegrip, waarbinnen verschillende klemtonen zijn te leggen. Zo zijn er allereerst diverse vormen van seksueel misbruik, denk aan incest, pedofilie, exhibitionisme, begluren of het plaatsen van seksistische opmerkingen. Wanneer de handelingen overgaan tot bedreiging, aanranding of andere vormen van fysieke overweldiging, spreken we niet langer van misbruik maar van seksueel geweld. Voorbeelden zijn verkrachting (intra- of extrafamiliaal), verplichte kinderprostitutie en andere, bizarre variaties van seksueel misbruik. Verder onderscheiden we verschillende settings waarbinnen het misbruik of geweld zich voordoet, en uiteenlopende categorieën van slachtoffers en plegers.
Ernst en gevolgen
De ernst van het misbruik is mede afhankelijk van de aard van de gepleegde feiten, de duur van het misbruik en de verhouding met de dader. Ook de houding van dader en omgeving nadat het misbruik is gestopt, en vooral de leeftijd van het slachtoffer bij het begin van het misbruik, spelen een aanzienlijke rol. De voornaamste gevolgen samengevat:
- Verstoorde seksuele ontwikkeling. In het latere leven kunnen slachtoffers onder meer last krijgen van stoornissen bij de seksuele opwinding, het orgasme en de seksuele intimiteit.
- Stigmatisering. Omdat het kind schaamte- en schuldgevoelens krijgt opgedrongen, ontstaat een negatief zelfbeeld dat later aanleiding kan geven tot drang naar isolatie, drugs- en alcoholmisbruik en suïcidale gevoelens.
- Verraad. Het kind voelt zich gebruikt en verraden door iemand van wie het fundamenteel afhankelijk is. Wantrouwen, woede, vijandigheid, verdriet en depressie zijn mogelijke reacties.
- Machteloosheid. De angst die het kind als slachtoffer heeft meegemaakt, kan zich uiten in somatische klachten als nachtmerries, depressies en
- schoolproblemen. Ook agressief gedrag en rolomkering tot daderschap komen voor.
Deze informatie en meer kunt u vinden op: http://www.academie-psychotherapie.nl/
|
 |