Zoeken

Provincie

Plaats v/d praktijk

Specialisme

Hulpvraag

Workshop

Therapeut


Be-ZoekerColumnsGea Evenhuis



Hieronder praktijkervaringen van Gea Evenhuis, agogisch therapeute

 

 

 

 

Schrijft u, therapeut op deze website, ook columns? Vraag dan naar de mogelijkheden om ook uw columns te plaatsen.

 



14-11-2011  [Gea Evenhuis]

Bloeien

Bloeien

Margriet (42 jaar) heeft afgelopen jaar haar beide ouders verloren, ze is gaan scheiden, haar kinderen zijn gedeeltelijk bij haar en haar nieuwe relatie heeft opeens afstand genomen. Genoeg om het allemaal alleen nog maar zwart te zien, een grote leegte. Haar huisarts adviseert antidepressiva.
Haar wens voor therapie is te weten komen wie zij zelf is. Van mij mag ze zichzelf als boom tekenen in het verleden, heden en in de toekomst.

 

     

Verleden
Margriet is niet blij met haar verleden: “Vader sloeg me regelmatig in elkaar, de eerste keer toen ik had overgegeven in zijn auto. Thuisgekomen sleurde hij me de auto uit en sloeg me bont en blauw. Hij was er zelf van geschrokken en nam me mee naar de speelgoedwinkel om iets leuks uit te zoeken. Maar hij zei niet dat hij er spijt van had, dus ik hoefde dat cadeautje ook niet.”
Vader had een eenmansbedrijf en moeder was weliswaar thuis, maar ze deed nooit iets met de kinderen. “Ze had het altijd druk met handwerken. Om in contact met haar te komen ging ik meedoen om toch samen te zijn.” “Hoe voelt het?” “Eenzaam, ook toen ze ziek was en ik voor haar zorgde, kreeg ik niet echt contact.” “Wat gebeurde er als je contact zocht met je vader?” “Hij had het te druk met zijn klanten, hij wees me af en/of sloeg me, later vroeg ik het niet meer.”
Toch laat de boom zien dat het bloesem draagt. Zo ervaart zij het; het is een vruchtdragende boom.

Heden
Margriet gaat staan zoals de boom getekend is: op haar tenen, een afgehakte tak. De periode van het zorgen voor haar ouders, hun overlijden, haar aflopende huwelijk, het was teveel. De bijna afgevallen takken verwijzen voor haar naar alles wat haar teveel wordt.
Ik vraag haar zich te realiseren dat aangetaste takken afvallen in de storm. “Wat niet bij mij hoort, zoals mijn overlevingsstrategieën, die moeten er af om te kunnen groeien en bloeien.” De kleur van de boom is veranderd. Het is rood. Ze houdt niet van rood. Rood is boos, verdrietig, hard schreeuwend, koud. Ze ziet alleen de negatieve kanten van rood. Negatief in de zin van een foto, het positief is de afdruk, in deze betekenis is negatief en positief geen waardeoordeel, maar de keerzijden van dezelfde kwaliteit. “Boos is agressie, vernietiging en destructief.” Agressie is echter een neutrale kwaliteit; de impuls om tot daden te komen.
“Verdrietig is de stroom tranen, het bekneld zitten bij mijn ouders. Hard schreeuwen is het gehoord willen worden, een hard signaal.” Benoemen wat je voelt, je denkt, je wilt zonder jezelf te overschreeuwen.
“Koud is het ijzige dat ik over me krijg als iets me niet bevalt.” Rood geven de meeste mensen als kleur aan de liefdeshartjes. Ik vraag of ze de keerzijde kent in haar werk met ernstig zieken. “Ja, daar voel ik me wel hartverwarmend en kan ik open staan, in privé-relaties niet.”
Met de bloesem in de boom is het hier niet al te best gesteld, hier en daar bloeit nog wel wat, maar de boom is duidelijk niet op haar best.
Toekomst
Staan als deze boom voelt heel goed, blij, open en stevig op de grond. Margriet straalt als ze dat zegt.
Het rood van de stam is veranderd in oranje, het geel heeft de felheid afgezakt. Geel is zon, warmte en licht, maar toch is het niet haar favoriete kleur. “Ik hou van de zon in het voorjaar, maar niet de zomerzon aan het strand ofzo.” “Voel de zon in de woestijn, wat doet het jou?” Ze voelt zich verblind, ze kan niks meer zien. Logisch als je thuis vroeger alles in de gaten moest houden, dan wil je niet verblind worden. “Blauw hou ik van: luchten, water, er zijn zoveel kleuren blauw, zo divers, zo mooi.”
De takken van de boom hebben veel kleuren, de afgekapte takken groeien en bloeien opnieuw. Het ziet er stevig uit en het voelt stevig.
“Wat mooi dat je zoveel kunt zien in deze tekeningen, het klopt, het voelt zo.”
Verbeelden is de taal van het onbewuste. Daar waar het bewustzijn geleid heeft tot de besluiten om te kunnen overleven, wordt het onbewuste niet meer gehoord en gezien. Leren luisteren naar jezelf begint bij de beeldentaal van het onbewuste en leidt tot groei en bloei.

 

Gea Evenhuis
www.agogischtherapeut.nl

 


26-08-2011  [Gea venhuis]

Veliefd

 Verliefd

Gwenn (27) is heel erg verliefd. Hij is geweldig, fantastisch. De wereld is een roze wolk. Hij is ideaal. Er is een klein probleempje: ze zit nog in een relatie. Die relatie loopt weliswaar niet lekker meer, maar toch. Hij is wat ze wil, zo anders dan de huidige.

Positie
Haar vader en moeder zitten tegen elkaar aan. Zij zit voor haar vader, het voelt vertrouwd. Ik: “Hoe kan je hier weg?” Gwenn ziet dat de bescherming haar vasthoudt. “Waar lijkt jouw huidige vriend het meeste op, op je vader of je moeder?” “Mijn vader.”
Op haar zestiende ontmoette ze Ton, hij was in een keer verliefd op haar, zij wilde wel contact maar verder niet zo. In de jaren erna blijft hij contact onderhouden, schrijven, mailen, langskomen en gaandeweg wordt zij ook verliefd op hem. Of was het vertrouwd?
”Kun je laten zien waar Ton zit en wat jij doet?“ Ton wordt een eindje voor de stoel van vader neergezet. Nu kan ze zich op het krukje voor vader omdraaien en ontsnappen uit de bescherming van vader.

       
 

Herhaling
Ze hebben het goed samen. Ze wonen samen en werken allebei. Haar vader overlijdt. Haar verdriet is intens. Ton staat voor haar klaar, hij troost haar, is er voor haar.
Haar broer overlijdt in het buitenland. Het is veel, het is teveel. Ton is er geheel en al voor haar.
Ze herstelt enigszins van het verdriet en bevindt zich in de bescherming van Ton. Van wie? “Hoe voelt het?” “Hetzelfde! Ik wil dit niet, ik wil vrij zijn.” Ik vraag haar om te laten zien hoe dat er uit ziet. Zij leunt tegen het raamkozijn naar buiten: “Daar is de vrijheid, daar is buiten.”
Het valt me op dat ze leunt, ze staat niet op haar eigen benen. Ik ben benieuwd of de nieuwe vlam een hechte relatie gaat worden of dat het slechts een ontsnapping is uit de huidige. Gaat deze vlinder zich branden aan de vlam?

    Vlammen
Het spettert van alle kanten deze relatie. Ze kunnen heel veel samen, ze doen heel veel samen. Ondanks mijn opmerking dat verliefdheid negen maanden duurt en dan pas het werken aan de relatie begint, gelooft zij er heilig in. Ze praten goed en veel samen. Hij heeft nog wel wat te verwerken in relatie tot zijn vader en er is ook nog een ex. “Ik leer veel van jou in therapie, ik wil niet hetzelfde als met Ton.”
Het enige waar ze last van heeft is jaloezie. Als hij praat met een andere vrouw wil zij weten wie dat is. Als hij gaat stappen met zijn vrienden snapt ze niet dat hij haar niet mee wil. Ze kent dit bezitterige gedrag van zichzelf niet.
Ze brandt bijna letterlijk haar vingers: “Ik kijk in zijn telefoon wie hij sms’t, ik kijk in zijn mailbox met wie hij mailt.”
Ik vraag of het jaloezie is of dat haar intuïtie haar waarschuwt.
    Ontpoppen
Ze ontdekt in therapie dat zij eigenlijk het verwende prinsesje van haar vader was. Hij aanbad haar, zij kijkt tegen hem op. Ik zet haar boven op een stoel en bewonder haar in de overtreffende trap: “Hoe voelt het daarboven?” “Bekend, vertrouwt, lekker.” Ze wil met me praten, maar dat kan niet, zij staat ver boven me. Het wordt toch wel een beetje alleen zo hoog verheven. Ik vraag haar hoe en waar haar vlam staat. Die doet hetzelfde, hij is gewend om op een voetstuk te staan. Als Gwenn dat ook wil, ziet ze de strijd om wie het mooiste is en de geweldigste. Ze ziet dat wat ze zo bewonderde alleen in zijn belang is. Wat haar zo aantrok - het licht - daar brandt ze zich nu aan.
Ze kiest voor haar eigen benen. Ze hoeft haar vaders prinsesje niet meer te zijn, ze mag Vlinder worden.

Gea Evenhuis
www.agogischtherapeut.nl

 

 


16-06-2011  [Gea Evenhuis]

Ruimte


Ruimte

 

Marijke (36 jaar) komt bij mij als ze net besloten heeft om haar relatie te beëindigen. Voor de scheiding is met een mediator afgesproken om alles te bespreken over geld, huis en de kinderen. Wat haar betreft is de volgorde kinderen, huis en dan geld. Ze krijgt het niet meer helder wat er gebeurd is, wat haar keuzes zijn en hoe ze erachter kan komen wat ze zelf wil. Ze ziet wel dat het mis gegaan is en dat ze daarin zelf ook niet al te gelukkig geopereerd heeft, maar hoe kan ze voorkomen dat het weer gebeurt?

 

 

Verhoudingen
Ik vraag haar om de stoelen in de ruimte zo neer te zetten dat het haar ouders zijn. Klopt de afstand tussen de stoelen? Zitten ze naast elkaar? Zitten ze tegenover elkaar? Ze blijft een tijdje schuiven tot het naar haar zin is. Ik vraag haar om een voor een op beide stoelen te gaan zitten om nog eens te voelen of het zo klopt. Ze probeert nog wat met schuiven, maar uiteindelijk is het goed. Het is zichtbaar dat haar ouders eigenlijk alleen maar op elkaar gericht zijn. Het ene kind krijgt een plaats aan de andere kant van de kamer, de ander komt schuin achter moeder te zitten.

 

 

Alternatief
Later, als zij een nieuwe Lief gevonden heeft, vraag ik haar om de stoelen zo neer te zetten dat het voor haar ideaal is als partner én als ouder. Ze zet de twee volwassen stoelen neer zoals haar ouders ook zaten. Ze schrikt er zelf ook van dat ze zo gemakkelijk hetzelfde doet als ze jarenlang voor ogen heeft gezien. En toen? Nu moet er een alternatief verzonnen worden. Ze zet de stoelen strak recht tegen over elkaar. “Ga er eens op zitten.” “Het zit goed.” Ik ga op de andere stoel zitten, mijn knieën tegen die van haar. “Nee, dit is toch niet goed.” Ze puzzelt verder. De ene stoel komt schuin voor de ander te staan. Ze gaat zitten en merkt dat er verschil in posities is, op de ene stoel voelt ze zich beter dan de op de andere. Toch wil ze gelijkwaardigheid in de relatie. Wat klopt er niet? Ze beseft dat ze vanaf de ene stoel wel zo de ruimte in kan lopen, maar vanaf de andere niet. “Het is mijn neiging om de boel onder controle te houden.” “Kies wat het belangrijkste voor je is in de relatie: Controle of Gelijkwaardigheid.” Opeens ziet ze het. Vastbesloten schuift ze de twee stoelen zó, dat de hoek van de voorkant elkaar raken, ze kunnen elkaar zien, met elkaar praten, er is ruimte om recht vooruit te lopen en het is ook mogelijk om haar twee kinderen voor háár neer te zetten en die van hem voor zijn stoel. “Zo vormen we samen een cirkel, ik kan iedereen zien, ze zijn nabij en de cirkel maakt het compleet”.

 

 

Aanpassen
“We hebben samen een huis gekocht. Ik vind het moeilijk om mijn eigen ideeën te ontwikkelen en dan vast te houden.” Inmiddels is haar neiging om zich te voegen naar de ander bekend. Ze vertelt hoe ze met haar Lief bezig was over de tuin. We gaan aan tafel zitten. “Teken jouw idee voor de tuin.” Zodra ze een struik getekend heeft, zet ik er opgewekt een rij bloemen bij. Zij de stoelen, ik een fontein, zij de tafel, ik een stel potten. Ze vindt het helemaal prima. Ik vraag haar waarin haar idee zich ontwikkeld heeft? “Maar dat hoeft toch niet, het is prima om aanvullend bezig te zijn?”
Ik laat haar zien dat zij voortdurend ruimte weggeeft tot een grens bereikt wordt en dan komt ze in actie om haar ruimte terug te winnen. Die actie ziet eruit als strijd. Het lukt haar wel, maar liever niet. Ze schetst het beeld van twee cirkels die elkaar overlappen, in het middengebied ontstaat dan een patroon die je samen maakt, invult binnen je relatie. “Hoe weet ik hoe groot dat gebied is dat echt van mezelf moet blijven en hoeveel ruimte ik samen met die ander mag invullen?”
Ik doe nog een oefening met haar, opeens heeft ze door dat ze meegaat in de argumenten van de ander, in plaats van haar eigen idee eerst te ontwikkelen en die mee te nemen in het gesprek. Ze weet dat ze bij haar vader nauwelijks in beeld kwam, laat staan dat het zinnig was wat ze voorstelde. Haar ex deed dat gaandeweg ook. Ze weet: “Ik moet tijd en ruimte nemen voor mezelf.” Ik raad haar aan om minstens eens per week stil te zitten, ruimte te nemen om te zien waar ze staat.

 

ruimte1.JPG

 

Deze mandala maak ik voor haar. We nemen afscheid, zij gaat een nieuwe ruimte binnen van haar leven.

 

   

Gea Evenhuis

www.agogischtherapeut.nl

 

 

 


14-05-2011  [Gea Evenhuis]

Fibrodinges

Fibrodinges

Marjan is groot, groter dan mijn 1.80 meter, ze vult de bank in het midden en straalt aan alle kanten uit dat ze hier geen zin in heeft. Toch heeft ze ervoor gekozen in therapie te gaan, ik vraag me af wat ze zal vertellen en wat niet. Ze heeft een leuke jeugd gehad, ze heeft alleen last van fibromyalgie. Ik heb geen idee wat dat is, een lastige naam ook, ik noem het fibrodinges.

 

Ze vertelt: “Het is iets met de aanhechting van de spieren, de verbinding, en dan verga ik van de pijn, ik kan niet meer staan, zitten of lopen en moet in een rolstoel.” Ze heeft een hekel aan haar lijf, het is te groot, te dik, het doet niet wat ze wil. Ze vindt dat haar lijf haar in de steek laat. Tijdens de zwangerschap heeft ze bekkeninstabiliteit gehad en daarna moeten revalideren om enigszins te herstellen. Ze heeft een slechte ervaring met therapie, maar komt er niet alleen uit. Op mijn vraag wat het belangrijkste is wat ze wil, zegt ze: “Ik wil het gemakkelijker met mezelf krijgen,” en vooral niet weglopen voor therapie. Bij mij ontstaat een beeld van een stoere dame die heel wat pijn en verdriet verbergt achter dat masker van stoerheid. We besluiten haar lijf als startpunt te nemen in onze ontmoetingen.

 

Zand

Gelukkig hoef ik niet alles te weten, dus ik zoek op waar die fibromyalgie mee te maken heeft. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we in ons eigen lichaam wonen en dat lichamelijke problemen en signalen een weerspiegeling zijn van wat ons psychisch beroert. Fibromyalgie - ook wel 'pseudoreuma' genoemd - kan gepaard gaan met talloze symptomen, zoals gewrichts- en spierpijnen, naast slapeloosheid en lichte tot middelmatige depressies. De fysieke beweeglijkheid wordt door de pijnen beperkt, wat zou kunnen wijzen op trage verbindingen en „zand tussen de raderen‟. Deze patiënten moeten tot rust komen, hun innerlijke krachten energiek mobiliseren en moedig de confrontatie aangaan met zichzelf. Ik stel de vraag waarmee zij zich heeft verbonden en met wie ze zich kan verbinden.

 

Opzoeken

We gaan aan de slag, zij maakt tekeningen van vrouwen; groot, rondborstig, stevig, staand of zittend, van alle kanten wordt het lijft belicht. Ze neemt het serieus, oftewel ze begint zichzelf serieus te nemen. Ik vertel haar dat ze in haar eigen lijf woont en dat zij kan leren luisteren naar wat dat te vertellen heeft. Ze raakt geboeid en verrast dat het zo vaak klopt. Ze mailt me: ”Peut ik heb last van benauwdheid, zoek het effe voor me op.” Adem is onze bron van leven, wat belemmert haar om te leven? Stukje bij beetje wordt het verhaal van haar jeugd duidelijker waarbij ze het gevoel heeft niet gehoord en gezien te zijn, behalve net die korte periode in de puberteit dat ze superslank was. Marjan kreeg zo veel en vaak kritiek van haar vader dat ze nu bij voorbaat haar tekeningen maar stom vindt: “Het is nooit goed wat ik doe, dus ik kan dat beter zelf zeggen dan wachten wat een ander ervan vindt.” Haar moeder parkeerde haar op de bank als ze ziek was met een hoop lekkers, dat was de troost. We ontdekken dat het snoepen een vorm is geworden om toch waardering te krijgen. Lekker eten klaarmaken is een manier geworden om het voor anderen gezellig te maken, en gezellig samenzijn is de vorm geworden om zich te verbinden met anderen. De oude patronen worden zichtbaar. Naast de pijn en verdriet met deze confrontaties ontstaat er ruimte voor alternatieven.

 

Aanvaarden

Marjan ontdekt dat haar creativiteit een bron van kracht voor haar is. Ze geniet van tekenen, en herontdekt boetseren. Ze kan daarmee uitdrukken wat in woorden vaak nog moeizaam gaat. Ze verbindt zich met de school van haar dochter en maakt van alles. Langzaamaan kan ze horen dat er waardering voor bestaat. Het besef dringt door dat het in menselijke relaties niet gaat om lekker eten, alhoewel: ze kijkt me stralend aan als ze vertelt over een lekker hapje. Ze besluit zich in te zetten om niet af te slanken, maar gezonder te gaan eten: “Ik woon in mijn lichaam, dat is van mij, ik moet er goed voor zorgen.” Ze verrast me met een beeld: “Zo voel ik me van binnen.” Die fibrodinges blijft meedoen met soms heftige spierpijn. Die hoort nu bij haar, betekent nu: “Kalm aan, niet te hard van stapel lopen, voorzichtig zijn met de energie die er is.”

 

Gea Evenhuis

www.agogischtherapeut.nl  

 

 

 

 


VIND EEN THERAPEUT 

Nieuws

WERK AAN JE HUWELIJK!
INGRID BARNEVELD, Verrijk je Relaties te Zwolle, maakte een luister-doe-cd.  Het is mooi als je een goede relat...