Zoeken

Provincie

Plaats†v/d†praktijk

Specialisme

Hulpvraag

Workshop

Therapeut


Be-ZoekerBoek - en cd recensies

Hieronder een overzicht van de producten

[ A | B | C | E | G | I | J | M | P | R | S | T | ]


A
Alice Miller: Vrij van Leugens

 

Iemand die zijn eigen bodem kwijt is geraakt door een verregaande aanpassing in de kindertijd, blijft onverzadigbaar zoeken naar bewondering. De narcist vormt zijn eigen wereld en gelooft dat hij de hele wereld is. Deze bewondering is nooit voldoende omdat bewondering niet hetzelfde is als liefde. Mensen met grootheidswaan leven in een martelende afhankelijkheid; daardoor zijn zij nooit vrij. Enerzijds zijn zij enorm afhankelijk van de bewondering van anderen; anderzijds zijn ze afhankelijk van eigenschappen, functies en prestaties, die plotseling kunnen wegvallen. Of de depressie komt om de hoek kijken. Echte bevrediging van de behoefte er te mogen zijn zoals men is, zonder prestaties, is niet mogelijk. Het is wellicht moeilijk om onder ogen te zien dat depressie een signaal is van het ik-verlies, ontstaan ter wille van de aanpassing die van levensbelang was in de vroegste kindertijd. Het kind heeft heel vroeg geleerd hoe het niet mocht voelen om de liefde van de ouders niet op het spel te zetten. De oude wond kan alleen maar genezen wanneer men in staat is bij de open wond te blijven stilstaan en te leren van de eigen gevoelens. Dan zal men de oorzaak van de depressie ook niet meer bij de ander zoeken, of het nou de partner is of de eigen kinderen.. Narcisme en depressie signaleren een inwendige onvrijheid. Beide vertonen veel overeenkomsten en ze zijn de keerzijden van eenzelfde medaille. Alice Miller noemt enkele kenmerken op van beide uitingen, die allemaal signalen zijn van een onecht-ik:

  • Kwetsbaarheid van het gevoel van eigenwaarde,
  • Perfectionisme,
  • Verloochening van de onderdrukte gevoelens,
  • Overmatig gebruik van anderen,
  • Hevige angst voor verlies van liefde, vandaar grote bereidheid tot aanpassing,
  • Neiging tot schaamte en schuldgevoelens.

 

Het boek ‘Vrij van leugens’ bevat een aantal artikelen die op verschillende plaatsen eerder gepubliceerd zijn. Het boek bestaat uit 5 delen:

A. Het zelf in ballingschap

B. Van slachtoffer naar vernietiger

C. Therapie - ter oplossing van de gevolgen van vroegere mishandelingen

D. Antwoorden op brieven van lezers

E. Interviews

 

Zij herhaalt haar indringende boodschap met allerlei voorbeelden en onderzoeken die zij deed naar de bron van het geweld. De verdringing van jeugdtrauma’s verklaart Miller door de angst voor de erge pijn wanneer wij de waarheid over onze jeugd in zijn volle omvang tot ons laten doordringen. Zij schrijft: “Als ik namelijk mag voelen wat mij pijn doet en wat mij vreugde brengt, wat mij ergert of zelfs woedend maakt en waarom; als ik weet wat ik nodig heb en wat ik in geen geval wil, dan ken ik mijzelf goed genoeg om van mijn leven te houden en het interessant te vinden, onafhankelijk van mijn leeftijd of mijn maatschappelijke status. Dan zal amper de behoefte bestaan om het eigen leven te beëindigen, tenzij zulke gedachten voor de hand liggen vanwege het ouderschapsproces, vanwege het steeds zwakker worden van het lichaam. Maar ook dan zal een mens weten, dat hij zijn ware, zijn eigen leven geleid heeft.

 

” Ik ken ze: Mensen die naarstig speuren naar een manier om de leegte die ouders hebben achtergelaten, te vullen. De ontstane verwarring omdat die ‘liefdevolle’ ouders iets niet gegeven zouden hebben, de boodschap was immers altijd aan het kind dat hij/zij niet deugde. Miller is zo duidelijk in haar pleidooi: overleven is niet hetzelfde als Leven, overleven kan ontaarden in narcisme of vastlopen in een depressie. Maar dat zijn geen ziektes die genezen met pillen of ziektes die chronisch zijn. Slechts door erkenning van de pijn en de waarheid van het verwaarloosde kind kan de waarde van het eigen leven hervonden worden

 

Gea Evenhuis, www.agogischtherapeut.nl

 

Annet Heffels: Hou je nog wel van me?

 

Annet Heffels bespreekt in dit boek veel van de problemen die in een relatie een rol kunnen spelen, zoals liefde, faseovergangen, verwachtingen en ideeen, verschillen, communicatie, ruzie en machtsstrijd, de seksuele relatie, ontrouw, stress, psychische of lichamelijke klachten, de invloed van kleine kinderen, samengestelde gezinnen, de 10 belangrijkste relatievalkuilen.

 

Elk hoofdstuk begint met een duidelijke uitleg van het probleem en wordt gevolgd door een aantal voorbeelden van echtparen waarbij dit probleem speelt en hoe dat kan worden opgelost.

 

Het kan voor echtparen zeer verhelderend zijn om de theorie te horen / zelf te lezen. Het geeft (h)erkenning en geruststelling dat zij  blijkbaar niet de enige zijn die hiermee zitten.

 

De antwoorden van Annette Heffels getuigen naar mijn mening van veel kennis, ervaring, begrip en respect voor haar clienten.

 

Met vriendelijke groet

Drs. M.C.J.A. Bär-van Broekhoven, psycholoog
praktijk voor counseling en coaching
Churchillplein 13
1921 ET Akersloot
telefoon 0251 318 750
www.marijbar.nl
e-mail info@marijbar. nl

 


B
Bert Hellinger: De verborgen dynamiek van familiebanden

 

In een opstelling krijgen deze mensen een plaats, vervolgens wordt er gezocht naar een oplossing, niet de woorden zijn van belang, maar het voelen wat die positie doet met de deelnemers, zij geven informatie. Als het evenwicht hersteld is kan degene van wie de opstelling gemaakt is haar/zijn eigen plaats innemen en voelen dat er iets hersteld is.


Hoe werkt het? Hellinger zegt daar zelf over dat hij het niet weet. Hij kijkt en ziet. Dit zien is voor hem heel belangrijk, het laat ruimte voor het unieke van ieder mens. Er zijn geen algemeenheden, er is geen theorie. Het enige dat hij met stelligheid aangeeft is dat er een Orde der Liefde werkzaam is. Ouders zijn er eerder dan hun kinderen. Ouders geven en kinderen nemen. Daar waar een kind over de ouder moet gaan bemoederen (of vader) zal het kind dat uit liefde voor die ouder doen, maar het evenwicht is verstoord. Bij het herstel van het evenwicht is het kind niet kwaad of haatdragend, maar geeft de last terug aan de ouder, deze zal zelf de consequentie moeten dragen, niet langer het kind.


Hellinger vraagt niet naar het probleem, hij zoekt naar oplossingen. Vaak is het nodig om de overledenen op te nemen in de familieband. Er is geen algemene wetmatigheid waarom dat zo is, soms gaat het over schuld, soms is iemand jaren buitengesloten. In de Orde der Liefde heeft iedereen een plaats. Het is niet aan ons om te oordelen over de betekenis van iemands leven en sterven. Tot een familiesysteem behoren: kinderen, hun ouders en hun broers en zusters, de grootouders, soms de overgrootouders en iedereen die plaats gemaakt heeft voor iemand uit het systeem, bijvoorbeeld vroegere partners, geliefden en iedereen van wie enig familielid enig voordeel heeft gehad door verlies, ongeluk, vertrek of overlijden.
Mooi vind ik zijn uitspraak dat bij echtscheiding het kind toegewezen dient te worden aan die ouder die in het kind de andere ouder het meest waardeert. Hiermee laat hij zien dat het niet gaat om regels tav opvoeding, tijdsbesteding of inkomen, maar dat de liefde aanwezig kan blijven voor de andere ouder, de voormalige partner. De liefde zoals hij het benoemt is niet individueel gericht, maar stroomt onzichtbaar door al onze familiebanden heen.
Hij noemt vijf thema’s die bepalend zijn voor het gedijen van de liefde in de familie: 1) het recht om lid te zijn van de familie in ere houden, 2) het systeem compleet houden, 3) de rangorde naar tijd bewaken, 4) de rangorde van verschillende systemen respecteren, 5) de beperkingen van de tijd accepteren. Uiteraard legt hij uit wat er mee bedoeld wordt, maar iedereen kent de gevolgen van scheidingen, familievetes, het buitensluiten van een familielid. Hellinger laat zien dat buitensluiten ook gevolgen heeft voor degenen die achterblijven, omdat het systeem verstoord is. Om je evenwicht in dit leven terug te vinden, zal je niet alleen naar je eigen levensverhaal moeten kijken, maar ook naar de verstoringen in je familiesysteem.
Degene die gebruik wil maken van een bijeenkomst met familieopstellingen raad ik aan eerst dit boek te lezen om het kaf van het koren te kunnen scheiden.

 

Gea Evenhuis.


http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 


C
Caroline Dijkstra: Het wordt anders

 

Caroline Dijkstra is therapeut en coach en ontwikkelde de Transformatiecyclus. Deze cyclus omvat de stappen die we doorlopen op het moment dat we te maken krijgen met ongewenste veranderingen. Wanneer je weet waar je je bevindt in de Transformatiecyclus lijkt de bodemloze put een stuk minder diep, want je weet wat er nog gaat komen en hoeveel stappen je nog hebt te gaan.

 

Het wordt anders bevat ook veel praktische tips voor de omgeving. Vaak is het voor vrienden, familie, collega’s e.d. moeilijk om de juiste woorden te vinden, wanneer iemand te maken krijgt met ongewenste veranderingen. Wat zeg je wel en wat niet, hoe kan je iemand helpen en wat werkt juist averechts. Caroline geeft in haar boek veel tips en handvatten hoe je iemand tot steun kan zijn.

 

Titel: Het wordt anders
Auteur: Caroline Dijkstra
ISBN: 978 9055 992447
Prijs: € 12,-
Uitgever: Uitgeverij Andromeda

 

Caroline Dijkstra is pedagoog, therapeut en coach. In haar persoonlijke leven heeft ze meerdere ingrijpende veranderingen en verlieservaringen beleefd. Naar aanleiding hiervan en als gevolg van de begeleiding van vele mensen heeft ze de Transformatiecyclus ontwikkeld. De Transformatiecyclus laat je zien hoe ver je bent in het veranderingsproces en wat je nodig hebt om verder te komen.

 



Voor meer informatie, beeldmateriaal en interviewafspraken kunt u contact opnemen met Uitgeverij Andromeda via 0299 477555 of wendy@andromeda-uitgeverij.nl

 

Voor meer informatie over de schrijfster en haar eigen praktijk zie www.hetklankbord.info

 

Christa Anbeek: Overlevingskunst. Leven met de dood van een dierbare.

Christa Anbeek Overlevingskunst. Leven met de dood van een dierbare (ten Have, 2010) Paul, de vriend van Christa, is verongelukt tijdens een wandeling in het Picogebergte in Spanje. Opeens verschijnt hij niet meer, zij loopt iets vooruit de berg af, zij wacht, gaat terug. Ze kan hem niet vinden, reddingwerkers vinden hem uren later, hij is echter overleden.

 

Christa is filosofe, zij beoefent zenmeditatie, haar vriend was psychiater. Zij gaat te rade bij allerlei schrijvers, schrijfsters om te bestuderen wat zij te vermelden hebben over de dood. Het boek krijgt vorm doordat ze haar speurtocht naar opvattingen, verhoudingen, het zoeken naar de betekenis van de dood verwoord in een brief aan haar dochter. Christa heeft haar broer en ouders al verloren aan de dood, het thema is haar bekend, maar het verlies van de geliefde veroorzaakt een onpeilbaar verdriet. In de wisselwerking tussen haar eigen beleving van het verlies en wat er geschreven wordt, komt zij tot haar eigen verhaal.

  

Irvin Yalom, psychiater, is van mening dat ieder mens zijn eigen angst voor de dood onder ogen moet zien en moet overwinnen. Als je dat doet wordt je bewust van elk moment van jouw leven om van te kunnen genieten. Hij vergelijkt het leven van mensen als bootjes op een grote oceaan; we zien elkaar wel, maar we blijven alleen. Die existentiële eenzaamheid is nauw verbonden met de dood. Christa legt de vinger op de zere plek bij Yalom: namelijk dat hij wel redeneert maar zijn eigen angst niet ziet.

 

Dohmen en Schmidt zijn levenskunstenaars die wel tips geven hoe je je beter kan voelen, maar zij zijn iets teveel aan het duwen richting de toekomst om te beseffen dat het verlies van de dierbare vooral de aandacht trekt naar het verleden. Meer begrip is er te vinden bij de schrijfsters Enquist, Hemmerechts en De Martelaere, zij worstelen met het vinden van de juiste woorden om iets te kunnen zeggen over dit onpeilbare verdriet; Het gegrepen zijn door herinneringen, het verlangen naar die dierbare die er weliswaar niet meer is, maar nog zo aanwezig. “De geliefde is, wordt een boek dat uit is, het was plezierig om te lezen, te leven, maar er komt niets meer bij, het boek is uit”. In Christa’s eigen verhaal is hier goed te merken dat zij het lijden en zoeken herkent, beleeft, meedeelt in verdriet.

 

Van Lommel, de cardioloog die bekend is geworden door zijn omschrijving van het oneindig bewustzijn, met de verhalen van mensen over de bijna-dood ervaring geeft wel hoop en geloof, maar biedt weinig houvast. Dood is immers dood, wat daarna is weten we niet. Ook degene die bijna dood waren, zijn niet dood. Boeddhisten geloven ook in het leven na de dood. Maar als je het Tibetaanse Dodenboek leest - dat voorgelezen wordt aan de gestorvene om een goede overgang te maken - dan kan je het net zo goed lezen als voorschriften om goed te leven. Aanwijzingen om de noodzakelijke ontwikkelingen van een mens tussen geboorte en sterven goed te kunnen doorlopen.

 

Reïncarnatie? Wedergeboorte? Je mag er in geloven, je mag je erdoor laten troosten. Stil staan en alleen maar aanwezigzijn, kan troostend zijn.

  

Tot slot de natuurfilosofen, die wijzen op de eeuwige cyclus van leven en dood, het geboren worden en sterven, de oneindige schakels van leven die alles wat leeft met elkaar verbindt. De natuur brengt ons zintuiglijk weer bij de mysteries van het leven. Leven dat bestaat omdat er ook dood is. Zonder dood is er geen leven. Voor iedereen is het boek een keer uit. Christa pakt haar leven weer op. Haar dochter schrijft een brief terug; zij is blij met het leven dat haar moeder schenkt.

 

De verwevenheid tussen Christa’s verhaal en de bestuurde literatuur maakt het verhaal, haar zoektocht persoonlijk en doorleeft. Ik ken de meeste boeken die zij bespreekt, maar ik heb nog nooit eerder zo’n goede samenvatting van het boeddhisme gevonden. Alleen daardoor is dit boek al de moeite waard. Moge het echter ook een troost zijn voor hen die een dierbare verliezen en ondergedompeld worden in dat onpeilbare verlangen naar wat verloren is gegaan.

 

Gea Evenhuis

 

www.agogischtherapeut.nl

 

Christa Anbeek ; Overlevingskunst. Leven met de dood van een dierbare

(ten Have, 2010) 

 

 

 

 

 

Ciska Holkamp: Een rugzak vol kennis en vaardigheden

Informatie over de auteur Cisca Holkamp
Cisca Holkamp is counselor, coach en trainer. Na jarenlang gewerkt te hebben in het volwassenen onderwijs besloot ze het roer om te gooien.
Na een gedegen opleiding voert ze een eigen praktijk in Hoogkarspel voor individuele- en relatietherapie, intervisie en supervisie.
Zij maakt daarbij gebruik van o.a. NLP, Imaginatie, Hypnotherapie, Innerlijk kindwerk, RET, EMDR en Familieopstellingen.
Sinds 2008 is zij gecertificeerd VerkeersCounselor waarbij zij cliënten met rijangst begeleidt.
Daarnaast geeft ze regelmatig bijscholing aan therapeuten en iedereen die op weg is naar (zelf)inzicht, innerlijke groei en verandering.

 

Meer informatie over Cisca Holkamp  www.improgrow.nl


Auteur: Cisca Holkamp
ISBN: 978 90 484 0500 8
Prijs: € 15,95
Uitgever: Free Musketeers

 

 


E
Elly Voorend en Piet van Haaster: Kleine ego’s, grote zielen

  

Kleine ego’s, grote zielen is geschreven voor iedereen die in psychologie is geïnteresseerd. Het is een vanuit de praktijk geschreven boek en biedt een toegankelijk, helder en genuanceerd overzicht van de negen enneagramtypen. Daarnaast besteden de schrijvers aandacht aan de verschillen tussen introverte en extraverte typen, waardoor variaties binnen elk enneagramtype duidelijk worden en het makkelijker wordt om jezelf te herkennen in een enneagramtype. Het is een zeer compleet boek waarin een quick-scan is opgenomen, de schrijvers gaan in op de kindertijd, mogelijke ontwikkeling van psychopathologie, de enneagramtypen op het werk, het ontwikkelingspad en de kenmerkende verschillen tussen alle typen. Dat maakt Kleine ego’s, grote zielen een onmisbare toevoeging aan al bestaande literatuur over het enneagram.

 

Over de auteurs Elly Voorend en Piet van Haaster zijn beiden directeur van Corael Opleidingen. Zij zijn gespecialiseerd in het enneagram, psychotherapeutisch opgeleid en werken als trainer, begeleider en coach voor persoonlijke en groepsontwikkeling.

 

Corael Opleidingen is een instituut voor persoonlijke en professionele ontwikkeling en biedt een uniek aanbod aan enneagramtrainingen gecombineerd met bekende andere psychologische stromingen, voor wie zich persoonlijk of professioneel wil ontwikkelen.

 

Bestellen? Het boek bevat 267 pagina’s, hardcover en illustraties van Arend van Dam. Een uitgave van Corael Opleidingen. Prijs: € 29,90 exclusief verzendkosten.

Je kunt het boek bestellen door een email te sturen naar: info@corael.nl
met vermelding van je naam, adresgegevens en het aantal exemplaren.

 

Meer lezen ….

 

 

 


G
Gudrun Burkhard: Je leven in eigen hand nemen.

 

De eerste fase van het leven wordt gekenmerkt door de lichamelijke ontwikkeling, deze tijd loopt van geboorte tot 21.
Tussen 21 en 42 is de middenfase waarin we voornamelijk ons zieleleven ontwikkelen (psychische ontwikkeling). In deze periode is de grootste opgave de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Pas na deze fase zijn wij in de volle zin van het woord volwassen.
De derde fase is de periode van de geestelij¬ke ontwikkeling. De biologische krachten worden langzamerhand zwakker en komt er meer ruimte voor het stellen van omvattender doelen dan alleen die van ons zelf.
Vanaf het 63ste levensjaar staat men vrijer tegenover het lot, hoe het verdere leven dan verloopt hangt af van de moed en creativiteit die we tussen 42 en 49 hadden.


 
De drie grote levensfasen (lichamelijk, psychisch, geestelijk) worden onderverdeeld in kortere fasen waardoor een ritme van 7 jaar ontstaat. Het ritme van 7 vindt zijn oor¬sprong in kosmische wetten. Bijvoorbeeld in de eerste levensfase met 7 jaar is het kind schoolrijp, met 14 begint de puberteit en 21 de mondigheid. De middenfase is een spiegeling van de eerste, het ik kan beginnen het geleerde om te zetten, de meeste mensen beginnen rond hun 21ste aan een relatie, tussen 28 en 35 staan we midden in het leven, van 35 tot 42 is de tijd van de bewustzijnsziel, waarin de vrijkomende lichaamskrachten een hoger bewust¬zijn mogelijk maken. Dit kan alleen als we in de eerste 7 jaar een gezond lichaam hebben opgebouwd (de spiegel met de eerste fase). Het 42ste jaar is weer een spiegelpunt voor de volgende levensfase. In het boek worden in de biografieën duidelijk hoe gebeurtenissen in de eerste fase in de latere levensloop gespiegeld zijn.

 

De vragenlijsten in de het praktische deel spreken voor zich om mee aan de slag te kunnen. Toen ik zelf een overzicht probeerde te maken om mijn leven in kaart te brengen, kwam ik tot de schrikbarende ontdekking dat ik mij meer bewust was van jaartallen dan van mijn eigen leeftijd. Bijvoorbeeld ik ben geboren in 1955, studeerde af aan de HBO in 1978, maar "hoe oud was ik toen?" Terwijl ik eind augustus jarig ben, dus mijn leeftijd spoort met de schoolseizoenen. Eveneens merkte ik dat ik bleef steken in de feitelijke gebeurtenissen, studie, verhuizingen, trouwen, vriendinnen ontmoeten, overlij¬den, enzovoort.


De verhalen in het boek boden niet veel herkenbare levenslopen, omdat ze veelal in Brazilië gesitueerd waren, om mezelf te bevragen over mijn psychische ontwikkeling.

 

Door: Gea Evenhuis, http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 

 

Guy Corneau: Het helend hart

De les van het lijden op weg naar geluk. Uitgeverij Servire, 2001

 

De schrijver lijdt al twintig jaar aan colitis ulcerosa (een chronische ontsteking in de dikke darm, waarvan de belangrijkste symptomen zijn: waterige diaree, meermalen daags, vaak met bloed en slijm gemengd). Na een hevige crisis, waarin hij ternauwernood aan de dood ontsnapt, beseft hij dat deze ziekte zijn leven heeft gered. Op het dieptepunt van zijn verzwakking ervaart hij dat al zijn rationalisaties, ambities en streven naar prestaties er niet toe doen. Hij beleeft een moment van Eenheid, verbonden zijn met alles wat er is, was en ooit zal zijn. Ook hij is een deeltje van het grote geheel. Na zijn herstel stort hij zich weer in zijn werkzaamheden, bezigheden, „ge-doetjes‟. Een hernieuwde aanval van de colitus doet hem beseffen dat een mystieke ervaring slechts een moment is dat je niet kan koesteren, maar slechts voortdurend naar kan streven.

 

Corneau is werkzaam als Jungiaans therapeut. Bij zijn cliënten ziet hij vergelijkbare ontwikkelingen, waardoor hij steeds sterker neigt naar de opvatting dat symptomen in feite alarmsignalen zijn van onze diepste kern, en ons uitnodigen onszelf met meer respect te behandelen. In dit boek wil hij zijn gedachten en ervaringen met de vraag: “Heeft het lijden zin?” aan de lezers voorleggen. Over zijn eigen ervaring schrijft hij dat hij steeds beter het Chinese gezegde “Koester een grote tegenslag” is gaan begrijpen. De ziekte heeft hem uitgenodigd om betekenis te zoeken op alle niveaus van zijn. Hij bespreekt opvattingen en ontdekkingen in de fysiologie, astrofysica, en op zijn eigen kennisterrein de Graallegende van Parcival.

 

In de Graallegende moet Parcival het ouderlijk huis verlaten, op zoek gaan naar de Graal. Het is onbekend of de Graal een materiele schat is of een bron van wijsheid. Het doel van de zoektocht is echter niet de schat maar de ontwikkeling tijdens het onderweg zijn, zonder doel is er geen beweging. Gaandeweg overwint Parcival hindernissen, ontdekt zijn eigen mogelijkheden en arriveert bij de gewonde Koning, die hem de Graal toont. Parcival verzuimt echter de essentiële vraag te stellen: “Waaraan lijdt u?” Hij heeft nog niet geleerd om te luisteren met zijn hart en zijn mededogen te tonen. Het hart verbindt en brengt leven tot bloei. In de legende blijft de koning gewond en zijn land dor. 

 

Eveneens staat hij stil bij de gevolgen van oorlogen, geweld en milieuvervuiling: “De genezing van het hart mondt uit in een gevoel deel uit te maken van de mensheid en van het universum, én in een gevoel van intimiteit met het zelf en met wat het lot voor ons in petto heeft”. Hij heeft een aantal principes uitgewerkt hoe je kan werken aan het helen van het gewonde hart.

 

Corneau toont met zijn verhaal en zijn zoektocht hoe noodzakelijk het is om bewust te worden dat wij mensen in ons lichaam wonen. Ziektes in het lichaam zijn een signaal in welk deel onze geest heling nodig heeft. Liefdevol luisteren naar betekenissen, geduldig met mededogen het lijden aanschouwen en de essentiële vraag stellen kan helpen om de eigen bron van wijsheid te vinden. Het is niet de arts die geneest, maar de patiënt zelf. In de huidige wetenschap is psychosomatiek een verwaarloost terrein, toch weet Corneau wetenschappers te vinden die aantonen dat naast het technisch/medisch ingrijpen een andere weg naar heling is. 

 

Volgens Ochwian Biano waren de Blanken gek omdat ze pretendeerden met hun hoofd te denken, en het zijn enkel gekken die zo denken. Ik was erg verbaasd en vroeg het Indiaanse stamhoofd waarmee hij zelf dacht. Hij antwoordde: “Met het hart”. (citaat van C.G. Jung) 

 

Gea Evenhuis www.agogischtherapeut.nl  


I
Ingrid Barneveld, Luister-doe-cd WERK AAN JE HUWELIJK!

Verrijk je Relaties te Zwolle

 

Het is mooi als je een goede relatie hebt. Toch kunnen er patronen insluipen die niet goed zijn voor je huwelijk. En soms….is de glans er gewoon een beetje af. Met deze luister-doe-cd kunnen echtparen alleen of samen met korte, leuke en praktische opdrachten hun huwelijk onderhouden, verrijken of vernieuwen. Het voordeel van deze cd is, dat echtparen er niet op uit hoeven en in hun eigen setting en tijd kunnen investeren in hun huwelijk. En zelfs in de file kan de tijd nuttig worden besteed.

 

Te bestellen bij www.verrijkjerelaties.nl Prijs: € 12,50

 

Recensent: G.J. Schaap, radio- en tv-gids Visie

Meer info: http://www.verrijkjerelaties.nl/

 

 

Irvin D. Yalom: Therapie als geschenk

Tip 9 Erken uw fouten. Een patiënte vraagt hem: “Denkt u wel eens aan mijn situatie?” (haar man heeft een hersentumor en nog kort te leven). Hij antwoordt dat hij er vaak aan denkt. Zij wordt woedend: “Iedereen denkt altijd aan mijn situatie, maar niemand denkt ooit aan mij.” Na een week piekeren vertelt hij haar dat hij beter eerlijk had kunnen vertellen dat hij haar graag wilde troosten, maar geen idee had hoe hij dat zou moeten doen.
Met een van zijn cliënten heeft hij de afspraak gemaakt dat zij elk na een sessie een verslag op papier zetten. Na een paar maanden lezen ze elkaars verslagen. Voor Yalom onthutsend dat zijn ‘briljante’ analyse niet eens opgenomen wordt in het verslag, maar dat slechts een (in zijn ogen) klein detail grote betekenis had.

Tip 16 Werken met het hier-en-nu. Zelfs de doos Kleenex is een bron van informatie. De een verontschuldigt zich omdat ze de doos verschuift, een ander wil het niet aangereikt krijgen maar zelf pakken, iemand wil de laatste niet gebruiken en een cliënt koopt zelfs een nieuwe doos. Wat is de betekenis van de handeling, de gewoonte, het normatieve gedrag. In de kleine vanzelfsprekendheden in het alledaagse vertonen mensen een deel van hun levensverhaal.


Tien tips besteedt hij aan het denken en spreken over de dood. De dood is een onlosmakelijk onderdeel van het leven. Angst voor de dood is altijd aanwezig. Het roept vragen op naar de zin van het leven. Yalom zegt hierover: “We zoeken een betekenis die voldoende steun biedt om het leven te kunnen leven.” Uiteindelijk zijn wij verantwoordelijk voor onszelf.


Tip 63 Wees niet bang uw patiënt aan te raken. Yalom deed zijn opleiding in de jaren dat er aan absoluut verbod gold op lichamelijk contact. De patiënt moest en zou het eigen proces moeten aangaan zonder invloed van de therapeut. De verhalen zijn bekend over de excessen van therapeuten die cliënten misbruiken voor hun eigen genoegen. Yalom vertelt over de vrouw bij wie na een chemokuur enkele spaarzame haren groeien. Het doet haar goed dat hij na haar instemming haar haar mag voelen. Iemand zonder veel woorden voelt zich gesteund om even een hand vast te mogen houden. Een hand geven als begroeting is contact leggen.

Tip 83 Dromen over de therapeut. “Ik ben in je kantoor en je zegt tegen mij: ‘Je bent een rare vogel’.” Hoe wordt er tegen de therapeut aangekeken? Moet de therapeut het zelfbeeld bevestigen, goed maken wat er altijd ontbroken heeft? Een droom over de therapeut geeft aan welke thema er speelt en welke plaats de therapeut inneemt, de moeite waard om over te spreken in het hier-en-nu.


In therapie gaan is een geschenk, je geeft jezelf de kans om een krachtige (eiken)boom te worden. Dit geldt zowel voor de therapeuten als voor hun cliënten. Alle tips zijn de moeite waard om (even) bij stil te staan, (een overweging waard,) en er je eigen standpunt over te bepalen. Yalom stelt dat wij niet kunnen leven zonder een ander. Het in relatie staan is voor hem het belangrijkste.


Op dit punt zou ik de discussie wel met hem aan willen gaan. Een eik kan er baat bij hebben dat de obstakels voor hem weggehaald worden, de scheefgegroeide eik heeft een steuntje nodig om weer recht te kunnen groeien, maar een eik groeit zelf én staat op zichzelf.

 

Gea Evenhuis

 

http://www.agogischtherapeut.nl/

 


J
Jeannette Bakker-Stam: Coachee! Handboek voor kindercoaching

Het woord handboek is een leenvertaling uit het Grieks en betekent zoveel als ‘boek dat je in de hand houdt’. COACHEE!, handboek voor kindercoaching is zo een boek. Dit boek geeft de essentie weer van waar het in dit vak over gaat. COACHEE! is een werkwijze die maakt dat je elke stap in het proces van kindercoaching bewust neemt. Een raamwerk dat jou de vrijheid laat het naar eigen vorm in te vullen en aan te passen. Hierin onderscheidt COACHEE! zich dan ook positief van de methoden en protocollen die op de letter gevolgd dienen te worden.

De voorbeelden uit de praktijk, verrijkende oefeningen voor jou als coach en mooie citaten kussen het boek tot leven waardoor het een prettig leesbaar handboek is. Terug bij de herkomst van het woord handboek ‘boek dat je in de hand houdt’ zie ik bij COACHEE de coach die het boek in de hand houdt, als leidraad. En ik zie dat het boek de coach in de hand houdt. Door een kader aan te geven dat voorkomt dat je jezelf of de client verliest. Een écht handboek dus. En daarom een standaard voor iedereen die op coachende wijze met kinderen wenst te werken.

 

Natascha Bruti

 

Te bestellen bij: http://www.248media.nl/ 

Jelle van der Meulen: Om gegronde redenen

 

Een introductie die mij nieuwsgierig maakte. Langs de lijn van zijn eigen ontdekkingen van antroposofische teksten, zijn eigen belevingen en twijfels vertelt Jelle zijn verhaal en zijn overwegingen.


Aangezien ik mij nog niet verdiept had in de oorspronkelijke teksten van Steiner, elke keer wordt gezegd dat Steiner zo ontoegankelijk is, is de weergave van Jelle voor mij een uitnodiging om meer te weten te komen. Zo vertelt hij dat Steiner meermalen gezegd heeft dat de essentie van zijn werk is: het voor westerse begrippen toegankelijk maken van de werkelijkheid van karma (levenslot) en reïncarnatie". Ook het idee reïncarnatie is eenvoudig te begrijpen "Het wil niets meer en niets minder zeggen dan dat de menselijke geest, die eeuwig is, keer op keer een aardse belichaming zoekt". Karma houdt in dat de dingen die in ons leven gebeuren de gevolgen zijn van gebeurtenissen uit eerdere levens.


Als wetenschapper vond ik het ook heerlijk om te lezen dat volgens Steiner weten alleen bestaat als het gedragen wordt door persoonlijke ervaringen en een onafhankelijk oordeelsvermogen. In de huidige reguliere wetenschap vond ik zelf dat er teveel nadruk lag op kennis en dat wat aantoonbaar, bewijsbaar is, terwijl er meer is wat ik weet. Toch is volgens Steiner de antroposo¬fie geen geloof, juist het geloven omdat een ander het zegt druist regelrecht tegen de essentie van antroposofie in. Jelle laat zien dat in de antroposofie veel misverstanden zijn ontstaan doordat mensen zeggen "Steiner heeft gezegd....". Daarnaast zorgen antroposofische begrippen voor veel onbegrip en lijkt het of het gedachtegoed van Steiner alleen voor ingewijden toegankelijk is. Een van de misverstanden (of conflicten) in de antroposofische beweging draait om de schijntegenstelling of een volwaardig antroposofisch boek gemaakt is volgens de werkwijze van Steiner of dat een schrijver mag vertellen, dit laatste wordt dan als minder 'echt' gezien.


Jelle van der Meulen is zelf een goed verteller, hij heeft in zijn boek voor mij zaken uiteengezet die mij niet helder waren, en stukken die ik nu nog niet begreep mogen een andere keer nog eens gelezen worden. Ik heb er slechts een paar stukjes uit naar voren gehaald die voor mij nieuw en betekenisvol waren. Volgens mij heeft Jelle een boek met wetenswaardigheden geschreven die voor elk mens die nieuwsgierig is naar antroposofie aantrekkelijke weetjes bevat.


Het is zijn levensverhaal waarin hij stap voor stap een ontdekkingsreis maakt in de antroposofie, zijn vragen bepalen de volgorde van zijn zoeken. De weg waarlangs kan voor ieder mens verschillend zijn, dit boek is een van de betere gidsen om mee te nemen.

 

Door: Gea Evenhuis, http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 

Jeroen Hendriksen, Wandelcoaching

Boek: Wandelcoaching ‘Voor iedereen die graag wandelt en daar meer verdieping aan wil geven’

Door: Jeroen Hendriksen

Uitgeverij Boom/Nelissen 2012

Dit boek over de kunst van het wandelend coachen is een aanrader voor de professionele coach, maar ook voor de ‘gewone‘ wandelaar. Het laat je verdieping vinden bij levensvragen door praktische en bruikbare gedachten over wandelen.

Je raakt geïnspireerd door de filosofische kanttekeningen en verwijzingen uit de boekenkast van Hendriksen.De ideeën zijn praktisch toepasbaar; je kunt samen met de coachee direct de zorgen uit je lijf lopen.

In dit boek wordt wandelen gezien als metafoor voor het leven zelf; oefenen met de helicopterview, met de kleinere en de grotere context en met associaties uit de natuur. Uit theorieën over veranderingsprocessen haalt Hendriksen in zijn boek een mooie beschrijving aan van reflectie, namelijk ‘reflection in action, on action and also the day after’.

Wandelend coachen stimuleert zelfonderzoek. Het kan helpen om tot een nieuw construct van je verhaal te komen. Door het bewandelen van ‘denk’wegen, via ‘de mentale kaart’, door het stellen van grenzen en door het maken van omwegen om doelen te bereiken. Via de reinigende ademhaling laat je vermoeidheid en stress achter je en kom je tot nieuwe inzichten. De aanmaak van gelukshormonen en het verkennen van emoties en diep onderzoek naar onszelf maakt van de wandeling een positief resultaatgericht gebeuren.

 

Hendriksen is daarbij zorgvuldig als het gaat om adviezen voor de coach. Hij zegt bijvoorbeeld, “onderschat niet het belang van een goede voorbereiding en van nazorg; de impact voor de coachee kan groot zijn”. Wie wil dit nou niet zelf ervaren? Loop gewoon een eind!

 

Elke Plötz gezinstherapeute/wandelcoach

www.praktijkplotz.nl


M
Maarten van Buuren: Kikker gaat uit fietsen Of over het leed dat leven heet.

Hij vraagt zijn psycholoog of het geloof en de houding van zijn moeder oorzaak kunnen zijn van de depressie. De psycholoog wijst hem op de behandelingsafspraak die gemaakt is: “Alleen dat wat zijn terugkeer naar zijn functioneren in de weg staat, is van belang”. Maarten gaat zelf terug in de tijd en vertelt over een beeld dat hem bijgebleven is van de familie Blijlevens; een gezin warm rond de kachel. Hij kijkt ernaar door bevroren ramen.

Hij verlangt er naar. Hij ervaart zijn leven als de kikker in zijn eigen glazen stolpje die de buitenwereld niet ziet, vervult van zijn geweldige gedachten en ideeën. Tot het goudstof van de gedachten neerdwarrelt en hij opeens ziet dat er een wereld buiten is, waar hij geen verbinding mee kan maken, hoe graag hij ook zou willen. Maarten gaat fietsen om niet weg te zakken in de grote leegte van het Niet Zijn. Dat zwarte gat waarin geen kleur, geen gevoelens en geen gedachten meer zijn.

 

Hij vertelt hoe hij ontdekt dat hij zijn leven lang zich achter een goed functionerend masker heeft schuil gehouden. Het masker dat ontstaan is zijn jonge jaren, als oudste, beoogd stamhouder en opvolger in de zaak. Zijn manier om te ontsnappen aan het strenge regime van zijn moeder. Hij vertelt over het geloof van zijn grootouders, doordrenkt van dogma’s, de hel en de schuld. Zijn vader ontrekt zich aan het kerkgebeuren, maar hij realiseert zich dat deze wijze van geloven verder gaat dan alleen het kerkbezoek, het is doordrenkt in de levenshouding van zijn ouders, waarin weinig vreugde is te vinden.

 

Als de antidepressiva, na de eerste foute soort, eindelijk hun werk doen, keert hij terug tot het ‘gewone’ leven. Hij is blij met deze reddingsboei, maar blijft met vragen zitten over oorzaak en werking van een depressie. Hij vindt herkenning bij schrijvers en filosofen, herkent nu waarom hij zich altijd aangetrokken voelde door de ‘zwartkijkers’: Schopenhauer, Nietsche, Kierkegaard, Baudelaire, Sartre. Zij verhalen over hun depressie, zonder het zo te noemen. De worsteling met de leegte, het Niet Zijn. Maarten besluit dat het woord dat voor hem het beste aangeeft waar hij staat ‘nihilisme’ is. Het tot op de bodem gaan van het Niets, om van daaruit weer op te bouwen. Een kans om te komen tot Zijn, in plaats van het Niet Zijn. Na zijn terugkeer in het ‘gewone’ leven, accepteert Maarten zijn depressie als een gegeven dat bij hem past, blijft fietsen, gebruikt een lichtbak in de winter, probeert zonder anti-depressiva te overzomeren, beleeft weer een terugval, krijgt weer andere medicatie, kortom hij functioneert weer.

 

De omschrijving van de depressie is herkenbaar voor mensen die er ook aan lijden. Het overtuigt echter niet dat dit Lijden te overwinnen is. Jammer dat de psycholoog meer gericht was op een terugkeer naar aanvaardbaar functioneren dan Maarten de kans te geven het thuis, waar hij zo naar verlangt, bij zichzelf te vinden.

 

Gea Evenhuis

 

 

Manfred van Doorn: Flitsen van het sublieme


 

Deze zeer korte samenvatting is de rode draad in Flitsen van het sublieme, Acht manieren om met behulp van tegenstellingen tot een intenser bewustzijn te komen van Manfred van Doorn.
Het boek is een fantastische verzameling teksten van de muzen, verwijzingen naar mythes, thema’s in films, gedachten van filosofen, ondersteund met foto’s en afbeeldingen van schilderijen en uiteraard zijn eigen pogingen om uit te leggen hoe de tegenstellingen werken en wat het sublieme is.
“Het sublieme veroorzaakt een intense vorm van bewustzijn die lijkt op geluk en die toegankelijk is wanneer we iets ervaren waarbij tegenstellingen, zoals verdriet en blijdschap, tegelijkertijd aanwezig zijn en op hetzelfde moment worden overstegen”. Het gaat altijd om vreedzame gewelddadigheden, donderende stiltes, volle leegte en tijdelijke eeuwigheid.
Ik kan het boek openslaan en ergens mijn oog op laten vallen wat mij op dat moment aanspreekt, zoals “Alleen al het bezig zijn met de vraag naar de zin van het leven suggereert dat God niet genoeg zou hebben aan het louter genieten van de schepping”, om even daarna de zin tegen te komen: “De zin van het leven is zin in het leven”.
Het is niet louter alleen diepzinnige overwegingen, hij is er een meester in om net nadat ik een stuk begrepen heb me weer volledig op het andere been te zetten, toch werkt dat zowel relativerend als ook bevrijdend. Hij schrijft ook ergens “om vrij te kunnen zijn moeten we onder spanning staan”. Dat klopt volgens mij, zodra ik het punt bereik dat ik iets begrijp, op een rustpunt uitkom, dan gaat de beweging, de dans weer verder. Immers in het oog van de orkaan is het stil.
“Echt leeg zijn is niet dodelijk. Het is levend, omdat je telkens kunt worden wedergeboren. Maar leven met oprechte leegte betekent wel dat je voor niemand een oplossing weet”.
Het is onmogelijk om het boek recht te doen in een samenvattend stukje, daarvoor is teveel boeiend en biedt het de kans om elke keer bij herlezen of even openslaan weer iets nieuws te ervaren. Als je slechts één boek mee kan nemen op vakantie en iets wilt om te herkauwen dan is dit boek een aanrader. Tot slot nog een anekdote:
Een hypochonder komt elke week bij de dokter om zijn klachten te bespreken en een oplossing te vragen. Op een gegeven moment verschijnt hij een aantal weken niet, en nadien vraagt zijn arts: “Waar was je? De hypochonder antwoordt: “Dokter ik kon niet komen, want ik was ziek”.

 

Door: Gea Evenhuis http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 

Milton Erickson, Mijn stem gaat met je mee....

Milton Erickson (1901 – 1980), arts, psychotherapeut en hoogleraar psychiatrie wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne hypnotherapie. Erickson was een scherpzinnige, vindingrijke en onconventionele therapeut, die nauwgezet verbale en non-verbale communicatie vergeleek.

Zijn denkbeelden vormen het fundament onder NLP. Zijn ‘therapeutische verhalen’ gebruikte hij als een vorm van therapeutische interventie, waarbij het onbewuste wordt aangesproken en op positieve wijze veranderd.

Zijn therapeutische verhalen zijn een therapievorm waarbij op indirecte wijze weerstanden werden omzeild om tot het onbewuste door te dringen. In dit klassieke werk zijn de therapeutische verhalen van Erickson, die hij patiënten in somnambulistische trance (een vorm van hypnose gelijkend op een diepe slaaptoestand) vertelde, door Sidney Rosen op kundige wijze becommentarieerd. De therapeutische verhalen, waarbij inventief en creatief gebruik wordt gemaakt van intrigerende boodschappen voor het onbewuste en die door paradoxen, anekdotes, verrassing en verwarring langs weerstanden heenkomen, kunnen nog steeds een inspiratiebron vormen voor de moderne (hypno)therapeut.

 

Met vriendelijke groet, Fons de Vries

www.mentalbalance.nl

 


P
Paolo Coelho: De Zahir

Zahir is Arabisch en betekent: zichtbaar, aanwezig, onmogelijk om onopgemerkt te blijven. Iets of iemand die, wanneer we ermee in contact komen, langzaam beslag legt op onze gedachten zodat we ons uiteindelijk op niets anders meer kunnen concentreren.


De verteller is een beroemde schrijver die verlaten is door zijn vrouw, hij begrijpt er niets van, hij probeert de draad van zijn leven weer op te pakken, maar ontdekt dat zijn afwezige vrouw zijn Zahir is. Hij weet dat hij van haar houdt, en zij houdt van hem, waarom is ze gegaan, wat is er mis gegaan? In gedachten en gesprekken herinnert hij zich de gesprekken met zijn vrouw, alles wat zij voor hem betekende. Om te kunnen uitleggen tot welk inzicht hij komt, vraagt hij het volgende aan zijn vriendin: Twee brandweermannen hebben een bosbrand geklaard, als ze het bos uitkomen heeft de ene een schoon gezicht en de ander is smerig. Wie gaat naar de beek om zijn gezicht te wassen? Zij zegt: “Degene die vuil is.” “Nee, degene die schoon is want hij ziet het vuile gezicht van de ander en denkt dat hij smerig zal zijn”. Zo is het ook met de liefde wij zien in de ander onszelf weerspiegeld, wat wij willen zien, nodig hebben voor onszelf.


De verteller beseft dat hij altijd bezig is geweest met zichzelf, zijn vrouw niet gezien heeft, niet gehoord heeft wat zij vertelt, hij is alleen maar bezig met zijn eigen drukke agenda.


Hij schrijft een boek “een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen”. Door de reacties van mensen op zijn boek hoort hij voor het eerst wat hij zelf geschreven heeft. Eens te meer beseft hij dat hij wel de waarheid weet, maar er zelf niet naar luistert.


Wat kan hij nog anders dan zijn hart volgen en op zoek gaan naar zijn vrouw?
Het wordt een innerlijke reis, het doel van de reis is de innerlijke wijsheid, die je alleen vindt als je openstaat voor wat zich onderweg aandient. De verteller leert luisteren en open staan.


Het wordt een reis naar de plaats waar zijn vrouw zich teruggetrokken heeft, tot het laatste moment worstelt hij met de vraag of hij nu werkelijk weet wat liefde betekent.

 

Door Gea Evenhuis http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 


R
Riet van Raaphorst: Een zieke thuis begeleiden.

Het boek gaat in op welke problemen een langdurige ziekte tegenkomt, uitgewerkt voor slecht-horende, slecht-ziende, vergeetachtigen en mensen met een hersenbloeding (vergeetachtig, afasie, verminderd concentratie). Zowel de psychische kant, het protest tegen de ziekte, de verwerking en de aanvaarding, als fysiek wordt alles keurig op een rijtje gezet, met richtlijnen wat goede manieren zijn om er mee om te gaan.


Het sprak me aan dat voortdurende herhaald wordt dat de zieke een zelfstandig mens is, die zelf mag kiezen of hij geholpen wil worden. Aan de begeleider daarin het advies om voorstellen te doen, en niet bemoeizuchtig trachten alle problemen te voorkomen, alles uit handen te nemen of boos te worden als iets heel eigenwijs toch door de zieke zelf gedaan wordt en niet lukt.


Aan de begeleider het waardevolle advies, welke op een open deur lijkt, maar zo moeilijk is:
“Zorg goed voor uzelf. Stel u er op in uw humeur niet te laten bederven door een handicap die de uwe niet is. Probeer daarnaast onder alle omstandigheden zo lief mogelijk te zijn voor de zieke en blijf hem zo goed mogelijk verzorgen en begeleiden. Blaas regelmatig stoom af bij iemand waar u goed mee kunt praten of zoek steun bij lotgenoten. Zorg voor voldoende kracht, afleidingen en ontspanning. Blijf vooral in uzelf geloven, want zolang u uw best doet door de ander op de juiste manier zorg te geven, bent u goed bezig.”


De schrijfster kiest er bewust voor om de aanspreekvorm van “U”te gebruiken omdat mantelzorgers, toch veelal vrouwen op zekere leeftijd zijn, die geconfronteerd worden met de langdurige zorg voor een eveneens wat ouder persoon.


Praktische tips zijn er volop: zoek in bibliotheek, bij patiëntenverenigingen en/of internet informatie over de ziekte, dan weet je wat je nog kan verwachten. Bij allerlei fysieke belemmeringen staan foto’s van technische hulpmiddelen, als aangepast bestek, snijmessen, kleren zelf kunnen aantrekken. Tips hoe je het beste met een rolstoel om kan gaan en met degene die er in zit (stoep op en af, ooghoogte bij een gesprek), tips over voeding, zowel de gezonde eetpatronen als wat te doen bij diarree en verstopping.
En advies voor de begeleider hoe die zelf aan de broodnodige ontspanning toe kan komen.


Dit boek gaat niet in op bedlegerige verzorging, daarover gaat het deel “een zieke thuis verzorgen”. 
Het is geen leesboek met herkenbare verhaaltjes, het is praktisch adviserend. Goed om het weer eens helder op een rijtje te hebben. Goed om bij de hand te hebben en weer in te kijken als er een zieke thuis is.

 

 

Door Gea Evenhuis http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 

Roger Rundqvist: Het labyrint als inwijdingsweg

Uitgeverij Ankh-Hermes, 1998

 

Het labyrint symboliseert in veel culturen de innerlijke reis naar verlichting. Verlichting is de superlucide geestestoestand waarin men de waarheid verstandelijk en met het hart direct begrijpt. In het labyrint zie je korte en lange wegen. Er is een ritmisch patroon: afwisselend naar binnen en weer naar buiten. Het is alsof het labyrint ons zegt: je moet het naar buiten gekeerd zijn afwisselen met naar binnen keren, net als in- en uitademen. Ariadne is de enige die de „ingang‟ en de „uitgang‟ kent van het labyrint. Het vrouwelijke staat immers het dichtst bij het mysterie van geboorte, dood en opstanding. (Ariadne is degene die in de Griekse mythologie aan Theseus een draad meegeeft, waardoor hij de weg in het labyrint niet kwijtraakt en de Minotaurus kan verslaan).

 

In psychologische zin is het labyrint uitdrukking voor het „zoeken naar het centrum‟ en te vergelijken met een onvoltooide mandalavorm. Het labyrint leidt zonder zijwegen, kruispunten en doodlopers via één voortdurend van richting veranderende pendelweg onvermijdelijk naar het centrum, terwijl de doolhof alle mogelijke afslagen, omwegen en variaties toelaat en alleen naar het midden leidt, wanneer men de juiste route kiest. Het doolhof drukt de zoektocht uit naar eenheid in een gefragmenteerd leven. Het labyrint is uitdrukking van het geloof dat die ene weg er ook is.

 

In het eerste deel bespreekt Rundqvist verschillende labyrinten; de vormen, de grootte en de mythologie waarmee het betreffende labyrint verbonden is. Ook vertelt hij over de betekenissen die in de symboliek verscholen liggen. Uiteraard kan het slechts een beschouwing zijn, aangezien symbolen zich nooit volledig door woorden laten vangen. In het praktijkgedeelte geeft hij voorbeelden hoe je een labyrint zelf kunt maken en met welke vragen je kunt beginnen aan de doorloop. Hij citeert uit ervaringen van vele mensen die tijdens het labyrintlopen een transformatie ondergingen. Het derde deel noemt hij “De weg naar het hart”. Overgave in vertrouwen is wat het labyrint ons kan laten ervaren: Door de innerlijke weg in het cyclische te volgen, kunnen we bij onze kern komen. Het is een andersoortige beleving dan het doel dat we bereiken als we de logische weg van A naar B volgen van het lineaire denken.

 

In het boek staat een voorbeeld hoe je heel gemakkelijk zelf een labyrint kan tekenen, op papier is dat zo gebeurd. Op het strand kan je met je voet slepend een groter labyrint maken, waar je zelf in kan lopen. Begrijpen kan pas als je zelf gaat beleven wat het jou doet en je eigen betekenis vindt. Een boek is slechts een uitnodiging om te gaan ontdekken.

 

Gea Evenhuis http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 

In een dierentuin bevindt zich bij de ingang
van een labyrint een wegwijzer met de tekst:
”Hier woont de gevaarlijkste aller dieren.”
Eenmaal in het hart van het labyrint aangekomen
stond men voor een spiegel …. 

 
 

 

 

RŁdiger Dahlke: Agressie als uitdaging

 

Deel twee gaat vooral in op de ziektebeelden. Hij bespreekt infecties, allergieën, auto-immuunziekten, ziektebeelden van het gebit en hyperactiviteit bij kinderen. Elk ziektebeeld beschrijft hij bijzonder helder en gedetailleerd, steeds met de link naar agressie. Voor wie benieuwd is naar een van deze ziektebeelden en de relatie met agressie is dit boek een aanrader.
Ik doe een poging om iets inzichtelijk te maken uit het eerste deel.  Dat deel geeft een algemene bespreking over agressie die in principe voor iedereen herkenbaar kan zijn.
Agressie komt van het Latijnse “agreddi” en betekent aanpakken of aanvallen. Zonder agressie begint er niets, een eerste impuls is altijd agressief. Daarmee is wat mij betreft, agressie een volstrekt neutraal begrip. Ongeacht de intentie waarmee agressie ingezet wordt of wat de gevolgen van agressie zijn, is agressie niet meer en niet minder dan een aanzet tot beweging. Zonder beweging is er alleen verstarring, stilstaan.
De bespreking van Dahlke over verscheidene wetenschappelijke en maatschappelijke visies worden onderbouwd met talloze voorbeelden die waarschijnlijk iedereen wel kent: oorlogen, voetbalsupporters, de voormalige DDR, revoluties, enz. Voor wie daarover in een gezelschap eens een ander geluid wil laten horen dan de populistische  media, kan bij Dahlke terecht over de institutionalisering van geweld én dat die niet noodzakelijk is.

 

Het oerbeginsel van agressie wordt door Dahlke gelegd bij het Vuur dat door Prometheus bij de Goden werd weggehaald en aan de mensen gegeven. Vuur is een symbool van uitdaging. Gerelateerd aan vernietiging hoort het bij Mars/Ares, de oorlogsgod. De moed en de vaardigheden van de krijger (Mars) kan ingezet worden om de doelstellingen op de eigen levensweg te bereiken.
Vuur als bescherming tegen kou en duisternis hoort in de Godenwereld van de Olympus volgens Dahlke bij Pluto/Hades, de God van de onderwereld, het Rijk der Doden. Alles wat afgestorven is wordt ontbonden en vormt de voedingsbodem voor nieuw leven. Het verwijst naar de cyclus van sterven en geboorte, de transformatie.
Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom hij het verhaal koppelt aan de Griekse Godenwereld, want met de oerknal of de schepping begint de oorsprong van onze Aarde en onze geschiedenis. Zelf erkent Dahlke ook dat het beschermende vuur bij Hestia hoort, de Godin van de Haard, maar in zijn systeem legt hij het verband met de planeten en dan moet hij wel kiezen voor Pluto. Jammer om zo te schuiven met de archetypen, want juist Hestia verwijst naar het innerlijk thuis, daar waar de transformatie moet plaatsvinden ipv in een strijd buiten.
Agressie is zowel schepping als vernietiging, zij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zij kunnen niet zonder elkaar. Agressie is een aanzet, een impuls. Agressie kan niet ontkend worden, ontkennen betekent dat het zichzelf gaat manifesteren. Afwijzen van agressie omdat het opgevat wordt als destructief, gewelddadig, betekent ontkennen van de potentie tot daadkracht, doelgerichtheid, een bewust streven. Het verschil tussen Mars - oorlog is explosie - en Pluto - burgeroorlog is implosie - kan herkent worden in ziektebeelden. Mars komt tot uitdrukking bij infecties in de strijd met ziektekiemen, bij allergenen is Pluto in het spel. Bij ziektebeelden als kanker komt na de aanvankelijke Marsfase, een stadium van offensieve groei, Pluto sterker aan bod, doordat de kankercellen de gastheer verteren, zonder zich iets aan te trekken van de eigen verliezen en het gevaar zelf ook de dood te vinden. De ontwikkeling van kanker vergelijkt hij met de menselijke ontwikkeling. Marsagressie zet ons in beweging, op weg. Plutoagressie brengt de innerlijke transformatie tot stand.

 

Helaas is de vertaling uit het Duits té vaak Germanistisch met lange volzinnen, dat maakt het lezen en doorgronden lastig. Maar de positieve keerzijde is dat de verhoogde concentratie om te begrijpen bijdraagt aan de bewustwording dat agressie een uitdaging kan zijn.

 

Door: Gea Evenhuis, http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 


S
Sue Johnson (Dr.): Houd me vast

Dit is een makkelijk te lezen boek, dat ook als zelfhulpboek gebruikt kan worden.

Het boek beschrijft 7 gesprekken voor een hechte(re) en veilige relatie. De methodiek Emotionally Focused Couple Therapy (EFT) is de basis van dit boek. Ik gebruik deze methodiek in mijn praktijk tijdens relatietherapie.

Ook mijn eigen relatie heeft een boost gekregen doordat ik kennis maakte met EFT. Daarna kon ik het patroon, waarin we regelmatig terecht komen , als de gezamenlijke vijand zien. Alleen al door er op die manier naar te kijken, ontstaat er ruimte om die ander te zien in zijn/haar pogingen om jou te bereiken.

 

Sue Johnson beschrijft in dit boek heel duidelijk dat we bij onze partner steeds op zoek zijn naar verbinding. Als we het gevoel hebben de verbinding met die ander kwijt te raken, schieten we in onze oerpaniek en vervolgens in onze overlevingsmodus, enkel en alleen met het doel de verbinding te herstellen, want het voelt heel onveilig zonder die verbinding. De manier waarop we die verbinding proberen te herstellen heeft alles te maken met hoe we als klein kind geleerd hebben ons te hechten aan anderen. Als twee geliefden als twee kemphanen tegenover elkaar komen te staan, of als de een boos wordt en de ander zich terug trekt, bedoelen de beide partners eigenlijk, dat ze graag gezien willen worden door die ander. De manier waarop dit duidelijk gemaakt wordt, is alleen vaak niet handig. Door op zoek te gaan naar de eigen behoeften achter het gedrag, wordt de angel uit de communicatie gehaald.

 

Met behulp van dit boek en/of middels relatietherapie volgens deze methodiek, kan je leren hoe je je relatie kunt voeden, beschermen en ontwikkelen, om verzekerd te zijn van een leven lang liefde.

 

Lonnie van den Berg, Praktijk de BergWeg

Lange Kruisweg 24 2676 BL Maasdijk

Tel.: 06-15555114

E-mail: info@praktijkdebergweg.nl

Website: www.praktijkdebergweg.nl 

 


T
Theo Legters, Klop, klop!

Kinderen bevrijden zichzelf van emotionele blokkades. Met DVD

  

EFT (Emotional Freedom Techniques) is een verbazingwekkend eenvoudige en snelle manier om zowel lichamelijke als emotionele blokkades op te ruimen. Ontstaan rond 1995 vindt deze nieuwe therapievorm steeds meer zijn weg in de wereld van de reguliere en alternatieve hulpverlening. Het is een zelfhulpmethode, ook wel klop-acupressuur genoemd.
De techniek is zo eenvoudig, dat zelfs kinderen die kunnen leren en bij zichzelf toepassen. In dit kleurrijk en vrolijk geillustreerd boekje leert EFT practitioner en kindertherapeut Theo Legters op een eenvoudige manier de stappen aan. De theorie wordt toegelicht op de bijgevoegde documentaire op DVD, waarin een jongen met behulp van deze zelfhulpmethode zijn grote angst voor slangen kwijtraakt.
Door de kloptherapie wordt de verbinding losgemaakt tussen vervelende of traumatische ervaringen en de emotionele herinnering daaraan. Door de bevrijdende werking van EFT gaan kinderen anders tegen zichzelf en hun gedrag aankijken.

 

 

Theo Legters is werkzaam als Kindercoach, NLP Master Practitioner en EFT therapeut. Dit is zijn vierde boek. Eerder schreef hij het zeer succesvolle Leefboek voor Kinderen (2007), Gelukkig zijn doe je zo! (2008) en in 2010 verscheen het Nieuwe Leefboek voor Kinderen.

 

 

Theo Legters: Leefboek voor kinderen

 

 

Alle kinderen worden in dit boek geholpen met tips. Alle kinderen lezen hier dat elk gevoel wat je hebt mag. Je mag boos zijn, je mag bang zijn. Wat jammer dat ik dit als kind niet gelezen heb en toen heb begrepen dat ik niet altijd flink hoefde te zijn maar me gewoon bang klein of boos mocht voelen.

 

Het boek is verdeeld in korte hoofdstukken per onderwerp (verhouding met je ouders ook als ze gescheiden zin, pesten, vriendschap etc) en ieder hoofdstuk heeft tips waar je echt mee aan het werk kunt in het dagelijks leven. Een zeer aansprekende titel voor hoofdstuk 12 is “als een probleem voor mij te groot wordt”. Het laat een kind zo duidelijk zien dat je grote zorgen mag hebben en je rot mag voelen maar leert een kind hoe daar mee om te gaan en in het boek staan dan ook de mensen en organisaties genoemd waar een kind hulp kan zoeken.


 Door het gebruik van de kleuren groen en rood voor sommige woorden zal elk kind begrijpen dat je kunt kiezen voor groen of rood gedrag ook verduidelijkt door het beeld van chauffeur/regisseur zijn (groen) of  passagier/acteur (rood)
In het hoofdstuk “om mee te eindigen” komen alle belangrijke tips nog even langs als geheugensteuntje en maakt de zin”veranderen kan vanaf nu” dat je er gelijk mee aan het werk wilt. Wat zou het geweldig zijn als ieder kind vol overgave de laatste zin in het boek kan uitspreken: “leve het leven”

 

 

 
Tjeu van den Berk: Het Mysterie van de hersenstam

 

Stress is niet meer en niet minder spanning: vanwege de angst wordt de adem ingehouden. Opeenhoping van energie in gang gezet door een verandering. Verandering kan zowel een lege maag zijn, die erom vraagt of schreeuwt om gevuld te worden en aanzet tot zoeken of veroveren van voedsel, als direct gevaar.
Bij de zoogdieren zijn directe reacties op gevaar goed te zien. De antilope Vlucht, het konijn Verstart, de leeuwin Vecht, de hond Verleidt (het baasje om niet boos te zijn).


Deze vier V’s zijn bij mensen ook bekend. Zodra een verandering in de context plaats vindt, ontstaat bij een mens een van de basisgevoelens: Bang, Boos, Blij , Bedroefd. Als reactie op dit gevoel wordt een van de vier V’s in werking gesteld, het is de automatische piloot, bij zoogdieren noemen we dat instinct. Let wel, er komt nog steeds geen gedachte bij te pas.


De mens volgt zijn instinct en zet een automatisch patroon in. Iemand die bang is, kan voor het gevaar weglopen, kan gaan vechten, kan verlamt blijven staan of zitten, of hij probeert de agressor te verleiden om niet langer boos/gevaarlijk te zijn.


De grote hersenen, de cortex laten echter de instincten niet zomaar hun gang gaan, ze zijn verfijnd tot emoties. Emoties zijn de nuanceringen van de basisgevoelens. Het is de hersenstam die in actie komt, die dwingt de grote hersenen tot werk oftewel denken/bewustzijn. 


Terug naar de stress die ontstaat door veranderingen die plaats vinden. De spanning ontstaat doordat de adem ingehouden wordt. Het juiste antwoord op stress: concentratie op de ademhaling. Daarna mag het denken gaan plaatsvinden om te kiezen uit de mogelijke strategieën. Een Volwassen mens (de vijfde V) kan middels het denken de gekozen strategie omzetten in een menselijke reactie. Vechten wordt een stellige verwoording, Verstarren wordt het bekende tot tien tellen, Vluchten kan een pauze inlassen betekenen en Verleiden is het op vriendelijke wijze de kou uit de lucht halen.


Zonder angst valt er niet te leven, een teveel aan angst leidt tot ziekten.
“Door onze angsten te leren onderkennen, door de moed te hebben die aan te kijken, te accepteren, kun je die loslaten”.

 

 

Door Gea Evenhuis http://www.agogischtherapeut.nl/

 

 

VIND EEN THERAPEUT 

Nieuws

Wanneer wordt kind door rechter gehoord?

Kan een kind zelf beslissen om zijn mening aan een rechtbank kenbaar te maken of bepaalt de rechtbank wanneer een kind gehoord wordt?